G

Galactose

Bouwsteen voor koolhydraten.

gamma-gt-bepaling

Zegt iets over de leverfunctie.

Gastroparese

Gastroparese is een maagstoornis waarbij het voedsel vertraagd wordt verteerd. In een gezond spijsverteringssysteem wordt het voedsel door krachtige spiersamentrekkingen vanuit de maag door de darmen verplaatst. Bij gastroparese werken de maagspieren slecht of helemaal niet, waardoor de maag niet normaal kan worden geleegd.

Geglycosyleerd

Een onderzoek waarbij het gemiddelde glucose-gehalte in de periode van twee tot drie maanden, voorafgaand aan het onderzoek, gemeten kan worden.

Genen

Dragers van erfelijke factoren opgebouwd uit DNA, een chemische stof die bepaalt wat de cel doet en wanneer.

Gestoorde glucosetolerantie

Het glucosegehalte van het bloed is verhoogd, maar niet zo erg als bij diabetes.

Glaucoom

Verhoogde oogdruk.

Glipizide

Een medicament dat de bloedglucosewaarde verlaagt. Alleen geschikt in sommige gevallen van niet insuline-afhankelijke diabetes wanneer met een dieet en lichamelijke inspanning alleen onvoldoende resultaat wordt behaald. 

Glomerulus

Een netwerk van haarvaten in de nier dat werkt als een filter.

Glucagon

Hormoon dat wordt gemaakt in de alvleesklier en een verhogende werking heeft op het bloedglucosegehalte. Is ook beschikbaar als medicijn dat ingespoten kan worden bij een lage bloedglucosewaarde.

Glucagon-injectiedoos

Een setje met een injectienaald en dosis glucagon voor noodgevallen; wordt gebruikt voor hypoglycaemie (te lage bloedglucosewaarde) bij bewusteloze diabetici.

Glucocorticoïden

Een groep hormonen die in de bijnierschors gemaakt worden. De hormonen hebben invloed op allerlei stofwisselingsprocessen.

Glucose

Een enkelvoudige suiker die ontstaat bij de afbraak van koolhydraten in het voedsel; een bron van snel vrijkomende energie na de maaltijd.

Glycaemische index

Maat voor de bloedglucosestijging na het eten van iets dat 50 gram koolhydraten bevat.

Glycerol

Komt vrij bij de afbraak van vet in het lichaam. Kan als brandstof dienen.

Glycogeen

De vorm waarin glucose wordt opgeslagen in de lever en de spieren. Komt vrij bij de afbraak van vet in het lichaam. Kan als brandstof dienen.

Glycohemoglobine

Een test die informatie geeft over de gemiddelde bloedglucosecontrole in de twee tot drie maanden voor de test. De meest nauwkeurige test van dit type is HbA1c.

Glycosurie

De aanwezigheid van suiker in de urine; ook wel glucosurie genoemd.

Groeihormoon

Hormoon dat wordt gemaakt in de hypofyse (hersenaanhangsel). Verhoogt de bloedglucosewaarde.

GTT

Glucose Tolerantie Test. Wordt, hoewel niet vaak meer, nog wel gebruikt als er twijfel is of er sprake is van diabetes, vooral bij type 2 diabetes. De test bestaat uit een meting van een nuchtere bloedglucose, daarna toediening van koolhydraten en na een periode van 2 uur weer opnieuw meten van de bloedglucose, weer toedienen van koolhydraten en opnieuw meten.