S

Sachariden

Suikers.

Sacharine

Kunstmatige zoetstof. Bevat geen caloriëen. 

Secundaire diabetes

Een aandoening waarbij de pancreas of een ander orgaan is aangetast door een andere aandoening, chemicaliën of medicijnen, waardoor de insulineproductie verstoord is. 

Serotonine

Serotonine is een chemische stof die wordt geproduceerd en afgescheiden door zenuwcellen en die invloed heeft op stemming, slaap, emotie, seksuele activiteit en eetlust. Serotonine speelt ook een rol bij de verwerking van pijnprikkels. 

Serumfructosaminetest

Een test die het gehalte aan versuikerde serumeiwitten meet, en een indruk geeft over de bloedglucosespiegels in de voorgaande twee tot drie weken; de test is beperkt bruikbaar, omdat de testwaarden elkaar overlappen. De test is niet vergelijkbaar met de HbA1c-test.

SMBG

Zelfcontrole van de bloedglucose. Deze term verwijst naar patiënten met diabetes die zelf hun bloed-glucosespiegel meten en hun diabetes zelf onder controle houden.

Somatostatine

Een hormoon geproduceerd door de deltacellen in de pancreas (alvleesklier); helpt de bloedglucosespiegel te reguleren door gecontroleerd insuline en glucagon vrij te geven tussen de maaltijden.

Somogyi-effect

Een plotselinge sterke stijging van een zeer lage bloedglucosespiegel, die veroorzaakt is door een insulinereactie gedurende de nacht; de stijging (rebound) wordt veroorzaakt door het vrijkomen van stresshormonen.

Somatotropine (groeihormoon)

Een hormoon geproduceerd door de hypofyse; verhoogt de bloedglucosespiegel.

Sorbitol

Een suiker dat door het lichaam langzaam wordt verwerkt. Wordt veel gebruikt in speciale voedingsmiddelen voor mensen met diabetes en in suikervrije voedingsmiddelen. Bevat 4 calorieën per gram (=gelijk aan tafelsuiker of zetmeel).

Staphylococcus aureus

Staphylococcus aureus is een bacterie die op de huid en in de slijmvliezen van mens en dier aanwezig is. Deze bacterie kan huidinfecties of voedselvergiftiging veroorzaken. De bacterie wordt ook wel stafylokokken genoemd. Een beruchte variant is MRSA.

Stresshormonen

Hormonen die vrijkomen bij stress. Deze hormonen zijn glucagon, epinefrine (adrenaline), norepinefrine, cortisol en groeihormoon. Voor extra energie stimuleren deze hormonen de lever om glucose af te geven en de cellen om vetzuren af te geven. Als er niet genoeg insuline in het lichaam aanwezig is, kan deze extra brandstof leiden tot hyperglycaemie en keto-acidose.

Subcutane

Term die wordt gebruikt bij het toedienen van onderhuidse injecties. Hierna zal de stof, zoals insuline, langzaam in het bloed worden opgenomen. Er wordt gebruikgemaakt van een korte naald welke geplaatst wordt in een huidplooi die met de vingers wordt gemaakt. De buik is hiervoor erg geschikt. 

Subcutane injectie

Injecteren van vloeistof in het onderhuidse weefsel met behulp van een naald en een spuit.

Sucrose

Een bepaalde suiker die tot een eenvoudige suiker moet worden afgebroken, voordat het in het bloed en vervolgens in de cellen kan komen.

Suikers

Zoet smakende koolhydraten. Suiker kan snel en gemakkelijk worden omgezet in energie. Voorbeelden van suikers zijn: lactose, glucose, fructose en sucrose. 

Suikerziekte

Nederlandse naam voor diabetes mellitus.

Sulfonylureum (derivaten)

Medicijnen die de alvleesklier stimuleren zoveel mogelijk insuline te maken (type 2 diabetes). Waarschijnlijk wordt ook de werking van insuline in de weefsels bevorderd. Voorbeelden: glibenclamide, gliclazide, glimeperide, tolbutamide.