K

keto-acidose

Diabetische keto-acidose kan ontstaan wanneer het insulinegehalte van het bloed onvoldoende is door ziekte of door onvoldoende insulinetoediening. Het lichaam breekt dan de vetvoorraad af, waardoor ketonenlichamen (zure afbraakstoffen) vrijkomen, zodat er teveel zuur in het bloed komt. Keto-acidose begint langzaam en neemt geleidelijk in ernst toe. Misselijkheid en braken, wat tot ernstig vochtverlies kan leiden, maagpijn, en een diepe, snelle ademhaling zijn begeleidende verschijnselen. Moet worden behandeld met vochttoediening en insuline. Keto-acidose kan tot coma en uiteindelijk zelfs tot de dood leiden. Braken bij mensen met diabetes is altijd een reden om een arts te bellen. Het is onder andere te herkennen aan een ‘vieze’ adem.

Ketonen

Afvalproducten die ontstaan bij de afbraak van vetzuren.

Ketonenmeter

Ketonen in het bloed kunnen worden gemeten met behulp van een ketonenmeter. Hiervoor is net zoals bij een bloedglucosemeter een vingerprik nodig. Er bestaan bloedglucosemeters waarmee ook ketonen in het bloed kunnen worden gemeten. 

Ketonlichamen (aceton)

Zie keto-acidose.

Ketonurie

De aanwezigheid van aceton in de urine. Komt voor bij slecht ingestelde diabetes, maar kan ook het gevolg zijn van andere aandoeningen dan diabetes. Ketonurie is een waarschuwingsteken voor diabetische keto-acidose.

Ketose

De aanwezigheid en toename van ketonlichamen in de lichaamsweefsels en vloeistoffen. Misselijkheid, braken en buikpijn zijn veel voorkomende verschijnselen. Ketose kan leiden tot keto-acidose.

Kilocalorie (Kcal)

Maateenheid voor energie in een bepaalde hoeveelheid voedingsmiddel.

Koolhydraat

Eén van de drie belangrijkste leveranciers van calorieën in het eten. Koolhydraten zijn ketens van suikermoleculen die met elkaar verbonden zijn. Kleinere ketens worden enkelvoudige suikers genoemd en langere ketens complexe koolhydraten. Enkelvoudige suikers komen van nature voor in fruit, groenten en zuivelproducten. Ze worden ook aangetroffen in verwerkte suikers, zoals snoep, honing, tafelsuiker en siroop. Complexe koolhydraten zijn het zetmeel in brood, graanproducten, peulvruchten, rijst en pasta. Koolhydraten worden tijdens de spijsvertering afgebroken tot glucose en ze zijn het belangrijkste voedingsmiddel dat de bloedglucosespiegel verhoogt.

Kortwerkende insuline

Insuline die je een halfuur tot een kwartier voor de maaltijd toedient. Kortwerkende insuline werkt zes tot acht uur en wordt ook wel gewone of ‘regular’ insuline genoemd.

Kransslagader sclerose

Atherosclerose (aderverkalking) van de kransslagaderen.