I

IADM

Insuline-afhankelijke diabetes mellitus.

Immunochemische test

Een test die de hoeveelheid antigeen meet in een lichaamsvloeistof, zoals urine of bloed.

Immunosuppressie

Onderdrukking van het immuunsysteem door geneesmiddelen. Mensen die een nier- of pancreastransplantatie ondergaan krijgen immunosup-pressiva, zodat hun immuunsysteem het nieuwe orgaan niet zal aanvallen.

Immunosuppressiva

Geneesmiddelen die afstotingsreacties tegengaan door het afweersysteem als het ware stil te leggen.

Immuunsysteem

Afweersysteem.

Impotentie

Verlies van vermogen tot peniserectie en/of zaadlozing. Sommige mannen met langdurige diabetes worden impotent, omdat de zenuwbanen beschadigd raken.

Injectie

Vloeistof in het lichaam brengen door middel van een naald en een spuit. Insuline gebruikende mensen met diabetes injecteren de insuline door de naald in het onderhuidse weefsel te steken (=subcutaan). Twee andere manieren van injecteren zijn: intraveneus (in een bloedvat) en intramusculair (in een spier).

Instabiele diabetes

Diabetes waarbij het bloedsuikergehalte sterk schommelt van hoog naar laag en omgekeerd.

Insuline

Een hormoon geproduceerd in de pancreas; het helpt de glucose om in de cellen te dringen, waar het wordt gebruikt als energie.

Insuline-afhankelijke diabetes

Zie type 1 diabetes.

Insuline-antogonisten

Hormonen die de insuline tegengaan en de bloedsuiker verhogen.

Insuline-atrofie

Kleine huidintrekkingen tengevolge van herhaalde insuline-injecties op dezelfde plaats. Op zich een onschuldige afwijking.

Insuline-hypertrofie

Kleine bultjes tengevolge van herhaalde insuline-injecties op dezelfde plaats.

Insuline-receptoren

Gebieden aan de buitenkant van een cel, waaraan insuline uit het bloed zich kan binden. Wanneer de insuline zich bindt, kan de cel de glucose (suiker) uit het bloed opnemen en omzetten in energie.

Insuline-resistentiesyndroom

Combinatie van overgewicht, hoge bloeddruk, ver-hoogd vetgehalte in het bloed (cholesterol) en een verminderde gevoeligheid voor insuline.

Insulinepen

Een injectiehulpmiddel dat insuline bevat, in de vorm van een pen met wegwerpnaald; wordt gebruikt om insuline te injecteren.

Insulinepomp

Een insulinepomp is een klein, draagbaar apparaatje dat 24 uur per dag snel-werkende insuline afgeeft. 

Insulineresistentie

Weerstand van de lichaamscellen tegen de opname van glucose als er insuline aanwezig is.

Insulinoma

Een tumor van de bètacellen van de Eilandjes van Langerhans in de alvleesklier. Deze tumoren zijn gewoonlijk niet kwaadaardig, maar veroorzaken een abnormaal grote insulineproductie waardoor het bloedglucosegehalte te laag kan worden.

Intensief insuline-regime

Toediening van verschillende doses insuline per dag (injecties of insulinepomp) om een strenge controle van de bloedglucosespiegel te verkrijgen. Toediening van insuline en regelmatige zelfcontrole van de bloedglucose.

Intramusculaire injectie

Injectievloeistof door middel van een spuit en naald direct in een spier spuiten.

Intraveneuze injectie

Injectievloeistof door middel van een spuit en naald direct in een bloedvat spuiten.