H

Hartziekte

Een stoornis waarbij het hart het bloed niet goed rondpompt. Coronaire insufficiëntie is de meest voorkomende hartziekte. Hierbij zijn de slagaders die de hartspier voeden te nauw geworden of verstopt. Mensen met diabetes hebben verhoogde kans op hartziekten.

Hba1c/GHb-bepaling

Geglyceerde (versuikerde) eiwitten in de hemoglobine, rode kleurstof van het bloed. Geeft de gemiddelde bloedglucosewaarde over een periode van acht tot tien weken.

HDL

‘Goed’ cholesterol: High Density Lipoproteïne, één van de drie typen lipoproteïnen (een koppeling tussen een vet en een eiwit) of transportdeeltjes voor vetten (ondermeer cholesterol) in het bloed. Dit gunstige type transportdeeltje voert overtollig cholesterol af. Zie ‘lipoproteïne’.

Hematocriet

Het volume erytrocyten of rode bloedcellen na centrifugeren (in het lab uitgevoerd voor onderzoek) in een bepaalde hoeveelheid bloed.

Hemoglobine

De ijzerhoudende kleurstof in rode bloedcellen; vervoert zuurstof van de longen naar het weefsel.

Honeymoonfase

Komt alleen voor bij type 1 diabeten. Het is de periode waarin, nadat met de behandeling van diabetes is begonnen, het lichaam voor een korte periode (variërend van 3 weken tot 1 jaar) zelf weer genoeg insuline aanmaakt, waardoor toediening van insuline van buitenaf niet meer nodig is. Dit wordt veroorzaakt, doordat de alvleesklier door toedienen van de insuline, direct na de diagnose diabetes, rust krijgt en daardoor weer iets beter gaat functioneren. De grens waarbij diabetes wordt geconstateerd ligt op ongeveer 30% van de totale productie. Net als bij andere organen heeft het lichaam de nodige reserve ingebouwd. Tijdens de honeymoonfase komt de eigen productie weer even boven die grens.

Hormonen

Stoffen die regulerend werken bij belangrijke lichaamprocessen.

Huidplooitechniek

Bepaalde techniek om een subcutane injectie toe te dienen. Door een huidplooi op te pakken (bijvoorbeeld op de buik) ontstaat een kleine ruimte tussen de huid en de spieren. Door de injectienaald onderaan de huidplooi door de huid te prikken, kan de insuline tussen huid en spieren worden geïnjecteerd.

Hyperglyceamie

Hoge bloedglucosespiegel.

Hyperinsulinisme

Het insulinegehalte in het bloed is te hoog. Kan optreden als het lichaam teveel insuline maakt of als er teveel insuline is gespoten. Teveel insuline leidt tot een daling van de bloedglucosewaarden en tot een te lage waarde. Zie ook hyperglycaemie.

Hyperlipidemie

Een algemene term voor de aanwezigheid van grote hoeveelheden vetten (bijvoorbeeld cholesterol en triglyceriden) in het bloed.

Hypertensie

Hoge bloeddruk; een bloeddruk die voortdurend boven de (voor de persoon in kwestie) normale bovengrens is.

Hypoglycaemische reactie

Een groep symptomen die optreden als de bloedglucosespiegel te laag wordt (lager dan 3 mmol/L); de reactie wordt veroorzaakt door een teveel aan insuline, een te grote inspanning, te weinig eten of andere factoren.

Hypoglyceamie

Te lage bloedglucosewaarde (lager dan 4 mmol/L). Meestal worden hiermee vooral de bijbehorende klachten bedoeld.

Hypoglycemia unawareness

Het niet of minder goed aanvoelen van hypoglycaemieën.