A

ACE-remmers

Bloeddrukverlagende middelen die ook de nieren beschermen. Middel waar de voorkeur aan wordt gegeven bij diabetes om de bloeddruk te controleren en nierbeschadiging tegen te gaan.

Acesulfaam

Calorievrije zoetstof. 200x sterkere zoetkracht dan gewone suiker.

Aceton

Chemische verbinding die in het bloed wordt gevormd als het lichaam in plaats van glucose vet verbruikt om energie te vormen. Duidt op een tekort aan insuline of op het onvermogen van de cellen om de aanwezige insuline te gebruiken. De afvoer van aceton gaat via urine. Wanneer het acetongehalte in het bloed te hoog is, ruikt de adem en urine naar aceton.

Acidose

Het zuurder worden van het bloed door ketonen (keto-acidose) of melkzuren (lactacidose).

Acuut

Snel, binnen korte tijd ontstaand.

Adipositas

Vetzucht. Een overmaat van 20% vet of meer. Een overmaat aan lichaamsvet vormt een extra risico voor diabetespatiënten. Wordt ook wel obesitas genoemd.

Adrenaline

Hormoon uit het bijniermerg. Verhoogt (doorgaans) de bloedglucosewaarde. Adrenaline zorgt ervoor dat glucose door de lever aan de bloedbaan wordt afgestaan. Adrenaline heeft ook invloed op de hartslag (wordt sneller) en de bloeddruk (wordt hoger). Adrenaline komt vrij in stresssituaties of bij spanning en sport.

Albuminurie

Abnormaal verlies van het eiwit albumine in de urine. Albuminurie kan een aanwijzing zijn voor een nieraandoening, zoals bij diabetes kan voorkomen.

Albuminiriebepaling

Bepaling van eiwit in de urine.

Aldose reductase remmers

Medicijnen bij de behandeling van diabetes die mogelijk complicaties (met name ogen en zenuwen) van een lang bestaande diabetes (met name de neuropathie) afremmen. Geneesmiddelen uit deze groep zijn in Nederland (nog) niet beschikbaar.

Aldosteron

Hormoon van de bijnierschors, dat de natriumstof-wisseling reguleerd.

Alfacellen

Komen voor in de alvleesklier. Onderdeel van de Eilandjes van Langerhans. Maken het hormoon glucagon en geven dit aan het bloed.

Alpha glucosidase remmers

Bij de behandeling van diabetes gebruikte medicijnen, die de opname van glucose in de darm vertragen, waardoor het bloedsuikergehalte na een maaltijd minder snel stijgt.

Alvleesklier

Pancreas, langwerpig orgaan dat onder meer insuline maakt. Bevindt zich in de buikholte onder de maag.

Aminozuren

Bouwstenen van eiwitten. Het zijn de belangrijkste bestanddelen van de lichaamscellen. Insuline is opgebouwd uit 51 onderling verbonden aminozuren.

Ampul

Glazen buisje voor het bewaren van injectiestof, dat na vulling hermetisch wordt dichtgesmolten.

Angina pectoris

Druk of pijn in de buurt van het hart, gewoonlijk uitstralend naar de linkerschouder en arm, veroorzaakt door onvoldoende aanvoer van bloed naar het hart; voorloper van een hartaanval.

Angiopathie

Afwijking aan de bloedvaten. Komt voor bij mensen die al langere tijd diabetes hebben. Er bestaat micro- en macro-angiopathie.

Angiotensine

Een stof in het bloed die vaatvernauwing veroorzaakt, waardoor de bloeddruk stijgt.

Anticoagulans

Een stof die de stolling van het bloed verhindert of afremt.

Antigeen

Een lichaamsvreemde stof, vaak een eiwit; de stof die het lichaam ertoe aanzet een antilichaam te vormen dat alleen op dat antigeen reageert 

Antilichaam

Een molecuul die het lichaam verdedigt tegen bacteriën, virussen of andere vreemde lichamen (antigenen); ook immonoglobuline genoemd.

Antilichamen

Eiwitten die door het lichaam worden gemaakt ter bescherming tegen vreemde stoffen. Bij diabetes worden soms antilichamen tegen toegediende insuline gemaakt. Deze antilichamen kunnen de goede werking van deze insuline verhinderen en kunnen in die gevallen allergische of andere ongunstige reacties veroorzaken.

Antistoffen

Stoffen die aangemaakt worden door het afweer-systeem.

Arterie

Slagader. Een groot bloedvat dat het bloed naar het hart en andere delen van het lichaam vervoert. Heeft een stevige elastische wand.

Arteriosclerose

Verharding en verdikking van grote en kleine slag-aders in het lichaam; risicofactor voor hart- en vaat-ziekten.

Arthopathie

Wijst op de naam van een ziekte van het gewricht. Arthopathie ontstaat bij diabeten meer door een veranderde stand van het voetgewricht dan dat er sprake is van een echte ziekte.

Aspartaam

Kunstmatige vloeibare zoetstof. Wordt gebruikt in plaats van suiker. Bevat geen calorieën.

Atheroomplaque

Een harde plaque (opbouw van vetachtige stoffen aan de binnenkant van de bloedvaten) die voornamelijk uit cholesterol bestaat en zich op een slagaderwand afzet. De plaque verstopt het bloedvat en belemmert de doorstroming van het bloed.

Atherosclerose

Vetafzetting op de wand van slagaders die daardoor dikker worden; hierdoor kan de bloedcirculatie belemmerd worden, met als gevolg een hartaanval, beroerte of beschadiging van organen als de ogen en nieren.

Auto-immuunziekte

Ziekte als gevolg van het feit dat de immuunafweer door de eigen lichaamscellen wordt vernietigd (in het geval van een type 1 diabetes komen de insulineproducerende bètacellen van de alvleesklier in een ‘slaap’ toestand).