Diabetes& Mondhygiëne

Onder mondhygiëne verstaan we de dagelijkse verzorging van uw mond en gebit. Dit is belangrijk om mondproblemen te voorkomen. Het ontstaan van aandoeningen aan gebit en tandvlees wordt vaak veroorzaakt door oude tandplak, waarvan al na 24 uur sprake kan zijn. 

Tandplak is een zacht, nauwelijks zichtbaar kleverig laagje dat zich gedurende de dag aan de tanden en kiezen hecht. Het is een laagje van speekseleiwitten en bacteriemassa en heeft ongeveer dezelfde kleur als het gebit. Tandplak moet dagelijks verwijderd worden.

Wanneer de tanden of kiezen bedekt zijn met tandplak voelen ze ruw aan. U kunt met de tong controleren of de tanden schoon zijn. Gladde tanden zijn belangrijker dan witte tanden.

Hoe herkent u een slechte mondhygiëne?

Slechte adem
Een slechte adem kan onder andere wijzen op gebits- en tandvleesproblemen en in zeldzame gevallen op een gezondheidsprobleem (zoals onbehandelde diabetes). Bacteriën zijn vaak de oorzaak van een slechte adem.

Terugtrekkend tandvlees
Het tandvlees behoort strak en roze te zijn met hoekige papillen (de stukjes tandvlees tussen de tanden). Bij vrijwel iedereen trekt het tandvlees zich wel eens terug.

De belangrijkste oorzaken hiervoor zijn:

  • te hard poetsen (verkeerde poetsmethode of met een te harde borstel);
  • ontstekingen aan het tandvlees;
  • afbraak van het kaakbot;
  • stand van de tanden.

Invloed van diabetes op het gebit en tandvlees

Diabetes kan van invloed zijn op uw mondhygiëne. Wanneer u diabetes heeft, heeft u een grotere kans op onderstaande gebitsaandoeningen en infecties aan het tandvlees.  

Gingivitis (ontsteking van het tandvlees)
Bij Gingivitis hopen tandplak en bacteriën zich op rondom de tanden en kiezen. Sommige bacteriën veroorzaken tandvleesontsteking. Hierdoor kan uw tandvlees er rood en gezwollen uitzien. Ook kan het gemakkelijk gaan bloeden. Goed poetsen, het gebruik van tandenstokers en tandenragers kunnen ervoor zorgen dat tandplak niet de kans krijgt om zich op te hopen. Uw mondhygiënist kan samen met u bekijken welke middelen voor u het meest geschikt zijn.

Parodontitis (ontsteking van het weefsel rondom de tand)
Parodontitis is een infectie, welke veroorzaakt wordt door bacteriën in de tandplak. Dit leidt tot botverlies in de kaak en in het ergste geval tot uitval van tanden en kiezen. Dit kan helaas niet meer worden verholpen door goed te poetsen. Uw tandarts of mondhygiënist zal mogelijk een gebitsreiniging moeten doen om het uitvallen van tanden en kiezen te voorkomen. Om de ontsteking te onderdrukken kan daarbij antibiotica nodig zijn. 

Cariës (tandbederf)
Cariës, oftewel gaatjes in tanden en kiezen ontstaan, doordat bacteriën in de mond suikers uit voedsel omzetten in zuren die het glazuur van de tanden aantasten. Minder suikerhoudend voedsel gebruiken en een goede mondhygiëne kunnen cariës voorkomen.

Spruw (schimmelinfectie) 
Spruw is een schimmelinfectie in de mond. U kunt het herkennen aan witte uitslag op de tong en aan de binnenkant van de wangen. Een schimmelinfectie kan worden behandeld met medicijnen, welke indien nodig worden voorgeschreven door uw behandelend specialist.

Xerostomie (droge mond)
Een droge mond wordt veroorzaakt door een gebrek aan speeksel. Dit geeft niet alleen problemen met eten en praten, maar zorgt ook voor een pijnlijke mond, tandvleesontsteking en tandbederf. Om de speekselproductie te stimuleren, kunt u extra water drinken of suikervrije kauwgom gebruiken. Uw mondhygiënist kan u hierover adviseren.

De belangrijkste oorzaak: minder speeksel

Hogere bloedglucosewaarden zorgen voor een tekort aan speeksel. Speeksel is de natuurlijke bescherming van de mond en heeft een reinigende werking. Het speeksel beperkt de groei van bacteriën die tandbederf en tandvleesontsteking veroorzaken. 

Door hogere bloedglucosewaarden en dus minder speeksel:

  • worden de bloedvaatjes van het tandvlees aangetast en ontvangt het weefsel minder bloed;
  • worden er meer bacteriën, schimmels en gisten aangetrokken;
  • is de kans op infecties groter, omdat u vaak een lagere weerstand heeft.

Belangrijk om te weten

  • Bij ontstekingen is de behoefte aan insuline groter, waardoor er een groter risico is op verhoogde bloedglucose-waarden. 
  • Als gevolg van diabetes kan de doorbloeding verminderd zijn, waardoor de genezing langer duurt.
  • Bij pijn in de mond bestaat de mogelijkheid dat u minder gaat eten of vloeibare voeding gaat gebruiken, wat van invloed kan zijn op uw bloedglucosewaarden. Controleer daarom uw bloedglucosewaarden goed en regelmatig.
  • Het kan zijn dat u na een behandeling van gebit of tandvlees een tijd niet mag of kan eten dan wel drinken. Hierdoor kan een te lage bloedglucosewaarde (hypo) ontstaan. Het is daarom verstandig hier vooraf rekening mee te houden.
  • Als uw bloedglucosewaarden niet goed zijn, stel dan dringende behandelingen aan gebit of tandvlees niet uit. Indien u twijfelt, kan uw behandelaar overleggen met uw tandarts/mondhygiënist.

Tandvleesproblemen voorkomen

Gebits- en tandvleesproblemen zijn prima te voorkomen. Het is daarbij belangrijk dat u zo min mogelijk tandplak en tandsteen laat ontstaan. Voor mensen met diabetes zijn tand- en tandvleesproblemen vaak te voorkomen door middel van goede bloedglucosewaarden, minimaal tweemaal daags poetsen en de halfjaarlijkse controle bij uw tandarts of mondhygiënist. 

Onderstaand al onze tips op een rij:

  • Vertel uw tandarts of mondhygiënist dat u diabetes heeft.
  • Bezoek uw tandarts of mondhygiënist minimaal twee keer per jaar.
  • Zorg voor goede bloedglucosewaarden.
  • Gebruik een tandpasta met fluoride.
  • Vervang uw tandenborstel vier keer per jaar.
  • Poets uw tanden twee keer per dag ongeveer twee minuten lang met een zachte tandenborstel. Vergeet hierbij niet ook uw tandvlees en tong te poetsen. Het beste kunt u vóór het eten uw tanden poetsen of anders een half uur na het eten. Tot een half uur na de maaltijd bevinden zich namelijk zuren in de mond. Deze zorgen bij direct poetsen na de maaltijd voor een snellere slijtage van uw tandglazuur.
  • Gebruik dagelijks of na iedere maaltijd een tandenstoker of tandenrager. 
  • Als extra aanvulling op het tanden poetsen of het gebruik van een tandenstoker of tandenrager spoelt u de mond goed na. Mondwater zonder alcohol heeft de voorkeur, omdat alcohol de mond uitdroogt en hierdoor juist tandplak wordt veroorzaakt.
  • Wanneer u een kunstgebit heeft, is het belangrijk ook deze dagelijks goed te reinigen.
  • Eet zo min mogelijk voedsel dat veel suikers bevat;
  • Stop met roken.

Neem contact op met uw mondhygiënist of tandarts wanneer u:

  • last heeft van bloedend tandvlees bij het eten of het poetsen van de tanden;
  • last van pijnlijke tanden heeft zodra u iets warms of kouds eet of drinkt;
  • losse tanden, wondjes, vlekken of zweertjes in de mond heeft;
  • een slechte adem heeft;
  • een slecht passend kunstgebit heeft.