Diabetes mellitus

Diabetes Mellitus wordt ook wel suikerziekte genoemd. Bij diabetes is er sprake van een verstoring in de regulatie van het bloedglucosegehalte van het bloed en het transport naar de weefselcellen. Uw weefselcellen hebben glucose nodig om u van energie te voorzien. Onder andere het hormoon insuline zorgt ervoor dat de glucose naar de weefselcelen kan worden getransporteerd. Bij diabetes produceert de alvleesklier (in medische thermen ‘pancreas’ genoemd) te weinig insuline of is de beschikbare insuline onvoldoende werkzaam. Doordat er te weinig insuline(werking) is bereikt de glucose de weefselcellen niet en zal de glucose niet worden omgezet in energie.

Wat doet insuline?

Zoals reeds eerder aangegeven zorgt insuline, dat wordt geproduceerd in de alvleesklier, voor het transport van de glucose naar de weefselcellen. De insuline wordt afgescheiden door de zogenaamde betacellen in de eilandjes van Langerhans die in de alvleesklier aanwezig zijn. 

Bij iemand die geen diabetes heeft worden er ongeveer 25 eenheden per 24 uur geproduceerd. De alvleesklier geeft voortdurend een kleine hoeveelheid insuline af (de basale insulineafgifte) en een grote hoeveelheid na iedere voedselinname. Dankzij de insuline kan de glucose in uw bloed door de weefselcellen worden opgenomen. De cellen die glucose nodig hebben krijgen hun deel en de rest wordt, in de vorm van glycogeen opgeslagen in de lever en spieren om in tijden van glucose tekort te kunnen worden gebruikt.

Als het bloedglucosegehalte omlaag gaat, zal met behulp van het hormoon glucagon dat tevens door de alvleesklier wordt gemaakt, de als glycogeen opgeslagen glucose weer in het bloed worden gebracht. Het glycogeen, dat met name in de lever wordt opgeslagen, blijft gedurende 8 tot 10 uur beschikbaar. Als de voorraad niet binnen die tijd wordt gebruikt, zal het langzaam worden omgezet in vet. 

De symptomen van diabetes

  • Polyurie, oftewel veel plassen, doordat voor de uitscheiding van glucose via de urine veel vocht nodig is.
  • Polydipsie, oftewel veel dorst, doordat u een groot vochtverlies heeft. Hierdoor krijgt u dorst en gaat u veel drinken.
  • Vermagering, omdat de energie van de glucose niet door het lichaam wordt benut maar via de urine verloren gaat.
  • Vermoeidheid en sufheid, doordat er een energietekort ontstaat.
  • Huidinfecties, zoals steenpuisten.
  • Ontstekingen, bijvoorbeeld steeds terugkerende blaasontstekingen of schimmelinfecties.
  • Slecht of wazig zicht, doordat er een hoger vochtgehalte ontstaat in de oogbol.
  • Het vrijkomen van ketonen in de adem en urine. Ketonen zijn afbraakproducten van de vetstofwisseling en zijn aan te tonen in de urine of soms te herkennen aan de (aceton)geur van de adem. 
  • Gewichtsafname, doordat het energietekort erg groot wordt en het lichaam overgaat op andere manieren van energievoorziening: de verbranding van vetten en eiwitten. 

Hoe ontstaat diabetes?

In 2011 hadden  ongeveer 1.000.000 Nederlanders diabetes mellitus. Van die 1 miljoen hebben 900.000 mensen diabetes type 2 en hebben 100.000 mensen diabetes type 1 of een ander type diabetes. Zo’n 250.000 mensen weet echter niet van zichzelf dat ze diabetes hebben. Jaarlijks komen er zo’n 71.000 nieuwe patiënten bij. Dit is enerzijds een gevolg van de groei en de vergrijzing van de bevolking en anderzijds door een eerdere herkenning van klachten door een gerichte opsporing door huisartsen.

Er zijn een aantal oorzaken voor het ontstaan van diabetes:
Erfelijke aanleg
Een kind van een moeder met diabetes type 1 heeft een verhoogd risico van 1-2% om diabetes te ontwikkelen. Indien de vader diabetes type 1 heeft ligt dit risico 3 maal zo hoog en indien beide ouders diabetes type 1 hebben ligt het rond de 8%. Diabetes type 2 heeft een genetisch component, wat vaak voorkomt in families en bepaalde etnische bevolkingsgroepen.

Antistoffen
Bij de diagnose diabetes type 1 worden bij de meeste patiënten antistoffen aangetroffen. Deze antistoffen vernietigen de cellen in de eilandjes van Langerhans.

Overgewicht
Bij mensen met overgewicht zijn de celontvangers op de buitenkant van de cel minder gevoelig voor het ontvangen van insuline. Hierdoor verloopt het effect van het hormoon insuline, het reguleren van het glucoseniveau in het bloed, niet goed meer. De alvleesklier gaat meer insuline aanmaken om dit probleem te corrigeren. Als dit niet tijdig ontdekt wordt raakt de alvleesklier overbelast en zal diabetes type 2 ontstaan.

Virusinfecties
De aanwezigheid van insulitis (ontsteking van de eilandjes van Langerhans) is een teken dat ontstekingscellen een rol spelen bij de vernietiging van de betacellen.

Hogere leeftijd
De werking van de alvleesklier neemt naar mate u ouder wordt steeds wat af. Hierdoor neemt de productie van insuline af en kan er diabetes ontstaan.

Lichamelijke en/of psychische stress 
Stress, bijvoorbeeld na een operatie of periode van verdriet, zorgt voor de afgifte van adrenaline. Dit hormoon zorgt voor het extra vrijkomen van glucose uit de lever. De alvleesklier moet extra insuline produceren om dit op te vangen. Indien dit niet gebeurt, lopen de bloedglucosewaarden hoog op.

Bepaalde medicijnen
Bepaalde medicijnen, bijvoorbeeld prednison, zorgen voor een extra toename van de insulineresistentie, waardoor er diabetes kan ontstaan.

Zwangerschap
Als gevolg van het zwangerschapshormoon HPL, kan een ongevoeligheid van de moederlijke cellen voor de werking van insuline optreden. 

Vormen van Diabetes Mellitus

We onderscheiden twee hoofdgroepen:
Diabetes type 1
Hierbij is er sprake van absoluut insuline tekort. Deze vorm van diabetes openbaart zich meestal op jeugdige leeftijd. De behandeling bestaat altijd uit een voedingsadvies en insulinetherapie. Vaak worden er in het bloed antistoffen tegen de eilandjes van Langerhans gevonden.

Diabetes type 2
Een vorm van diabetes die zich meestal pas op latere leeftijd ontwikkelt. Naast een verminderde werkzaamheid van de insuline is er ook sprake van een te lage insulineproductie in verhouding tot het lichaamsgewicht en de bloedglucosespiegel. Voor mensen met overgewicht is afvallen soms al voldoende. Naast een dieet kan de behandeling bestaan uit tabletten om de insulineproductie te stimuleren of de werking van insuline te bevorderen. Helpt dit niet, dan wordt insuline voorgeschreven. De patiënt wordt dan insulinebehoeftig, maar blijft toch type 2.

Naast deze 2 hoofdvormen kennen we nog de volgende vormen van diabetes mellitus:

Diabetes type 3
Type 3 diabetes omvat de andere specifieke vormen van diabetes die gerelateerd zijn aan:

  •   ziektes van de alvleesklier;
  •   hormoonstoornissen van bijnieren en hypofyse;
  •   aangeboren afwijkingen van de insulinewerking;
  •   ontstekingen zoals de rode hond of de bof;
  •   andere erfelijke syndromen die samengaan met diabetes (zoals syndroom van Down of Turner);
  •   geneesmiddelengebruik (zoals glucocorticoiden of diuretica).

Zwangerschapsdiabetes

Zwangerschapsdiabetes ontstaat door het optreden van een verstoorde glucosetolerantie tijdens de zwangerschap. Het HPL (humaan placentair lactogeen) hormoon is een van de hormonen die tijdens de zwangerschap wordt geproduceerd en een tegenwerkend effect op de insuline heeft. Hierdoor ontstaat een ongevoeligheid voor de werking van insuline. 

Als het lichaam dit niet door verhoogde insulineafgifte kan compenseren treedt hyperglycaemie op, die schadelijk kan zijn voor het ongeboren kind. Vaak is insulinetoediening nodig. Direct na de bevalling is het anti-insuline effect van de zwangerschap verdwenen en is de glucosehuishouding en dus de tolerantie van glucose weer normaal. Vrouwen die te maken krijgen met zwangerschapsdiabetes hebben een kans van 30 tot 50% op het ontstaan van diabetes type 2 op latere leeftijd.

Verhoogde kans op het krijgen van diabetes type 2

Niet iedereen heeft een even grote kans op het krijgen van diabetes type 2. Er zijn een aantal kenmerken die het risico verhogen. Hoe meer risicofactoren betrekking op u hebben, hoe hoger het risico is dat u diabetes type 2 krijgt. 

Onderstaand de risicofactoren die de kans op het krijgen van diabetes type 2 vergroten:

  • Een leeftijd boven de 45 jaar;
  • Overgewicht;
  • Weinig lichaamsbeweging;
  • Diabetes in de familie;
  • Zwangerschapsdiabetes in de familiegeschiedenis;
  • Moeder van een kind met een hoog geboortegewicht;
  • Aziatische of Afrikaans-Caribisch afkomst. 

Preventie van diabetes type 2
Het ontstaan van diabetes type 2 bij mensen uit de risicogroepen kan door veranderingen van leefstijl doeltreffend worden vertraagd. Verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat dit mogelijk is door middel van: 

  • meer lichaamsbeweging;
  • gewichtsafname;
  • betere voeding: minder (verzadigd) vet en meer voedingsvezels;
  • stoppen met roken (indien van toepassing).